Ik doe helemaal niets ter voorbereiding op Pasen, zeg ik tegen een vriend aan de telefoon. Helemaal niets, vervolg ik, nog voordat hij antwoord kan geven. Ik onthoud me van niets, ik laat geen vlees of alcohol staan, sobere vastenmaaltijden zijn dit jaar niet aan mij besteed, ik mediteer niet en ook mijn kerkgang heeft zijn wekelijkse regelmaat verloren. Het klinkt als een biecht. Maar je bent aan het verhuizen, roept mijn vriend door de telefoon. Ik veer op. Dat wil ik horen. Ik ben aan het verhuizen. En met verhuizen is er niets meer normaal. Er staat niets meer op zijn plek.

